Zorgen voor anderen vereist zorgen voor jezelf

Of ik een lezing/workshop zelfcompassie wil verzorgen op een jaarlijks congres voor zorgverleners? Het thema: ‘(Blijf) uit je burnout’. Natuurlijk wil ik dat. Ik zie ernaar uit deze groep kennis te laten maken met zelfcompassie en hen te informeren over ‘compassiemoeheid’, iets waar veel zorgverleners mee te maken krijgen. Dus ik zeg ja.

Toch krijg ik bedenkingen: kan ik dat wel? Wie zijn de andere sprekers? Voeg ik wel iets toe? Vermoeiend hoor, die gedachten in je hoofd die er op de een of andere manier nooit op gericht zijn om je beter te laten voelen. Altijd weer die onzekerheid, het vergelijken en de twijfel over je eigen vermogens. Gelukkig ben ik inmiddels een ervaren beoefenaar van zelfcompassie en telkens wanneer de twijfels de kop opsteken beantwoord ik deze in mezelf met: ‘Ik begrijp dat je het spannend vindt om voor een groep professionals te spreken, dat is heel normaal. En je bent goed genoeg’. Dat kalmeert en geeft vertrouwen. Ik heb er zin in.

Dan ontvang ik een bericht van de organisatie dat de hoofdspreker Martin Appelo zeer sceptisch is ten aanzien van gedragsveranderende therapieën en trainingen zoals fysiotherapie en mindfulnesstraining. Uit zijn onderzoek blijkt dat gedragsverandering meestal mislukt. Heel even overweeg ik om af te zeggen. Kan ik wel tegen hem op? Moet ik dat wel willen? Ik besluit wel te gaan (ik ben goed genoeg) en de lezing van Appelo ’s ochtends bij te wonen. Een gewaarschuwd mens telt voor twee toch? Ik vertrek zonder powerpoint presentatie zodat ik informatie uit de ochtend kan verwerken in mijn lezing en workshop ’s middags. Ik heb nog steeds zin, maar het voelt wel spannend.

Appelo is hilarisch en inderdaad kritisch, cynisch zelfs. Zijn boodschap is helder: slechts één op te tien mensen is in staat tot duurzame gedragsverandering met als voorwaarde dat je zelf echt (écht) wilt veranderen. Anders geef je het binnen een jaar op, of zelfs al binnen een week. Hij heeft een punt. Zelf heb ik met vallen en opstaan een dagelijkse meditatieroutine in mijn systeem gekregen en ik merk hoe moeilijk cursisten het vinden om, week in week uit, te blijven oefenen. Wat Appelo zich vermoedelijk niet realiseert is dat zijn conclusie aansluit bij mijn middagprogramma, waarin de professionals centraal staan. In een poging om iemand te ‘redden’ zijn zorgverleners soms harder aan het werk dan de cliënt zelf. Oefeningen, adviezen, van alles wordt uit de kast gehaald, maar het heeft lang niet altijd het gewenste effect. De cliënt blijft in oude klachtenpatronen en de hulpverlener raakt vermoeid en geïrriteerd. Ook teveel empathie oftewel overbetrokkenheid kan leiden tot zorgverleners moeheid. (Zelf)compassie biedt een tegengif, omdat het helpt om empathie te begrenzen en de balans te houden tussen zorg voor een ander en zorg voor jezelf.

Om oprechte compassie te kunnen voelen voor een ander moet je eerst een basis hebben van waaruit compassie gecultiveerd kan worden. En die basis is het vermogen om contact te maken met je eigen gevoelens en te zorgen voor je eigen welzijn… Zorgen voor anderen vereist zorgen voor jezelf. – Dalai Lama 

Terwijl ik de laatste voorbereidingen tref in de zaal, komt een van de andere middagsprekers binnenlopen en vraagt verbaasd: ‘ik heb het wifi wachtwoord nodig voor mijn powerpoint, maar ik zie dat jij dat niet mee werkt?!’ Ik knik bevestigend, voel het ongemak in mijn lichaam en denk ondertussen ‘ik ben goed genoeg’. Als hij weg is, leg ik even een hand op mijn bonkende hart. Oh wat vind ik het toch spannend om af te wijken van de standaard en mijn eigen weg te volgen.

Het wordt een mooie middag waarin ik mijn kennis en reflecties over de ochtend deel met de zaal. Er is ruimte voor vragen en het delen van ervaringen van anderen. De compassie oefeningen worden dankbaar en nieuwsgierig ontvangen. Om aanwezig te kunnen zijn bij een verhaal over lijden van een ander zonder het contact met jezelf te verliezen, is het noodzakelijk te erkennen dat je zélf ook geraakt wordt. Je bent behalve professional, ook een mens. Andermans pijn en lijden raakt vergelijkbare gevoelens in onszelf. Het gevolg is dat ons lichaam instinctief probeert van deze pijn af te komen, wat zich in de praktijk kan vertalen als het aandragen van oplossingen, adviezen of als ongeduld en irritatie.

Compassietraining biedt handvatten om je eigen geest te kalmeren en gerust te stellen. Hierdoor voelt de persoon waar je voor zorgt zich ook gerustgesteld en gekalmeerd (door hun eigen empathische resonantie). Doe je dat niet, dan gaat het lichaam automatisch en onbewust in de stress stand (vechten, vluchten, bevriezen) en verlies je het contact met de ander, en met jezelf.

Om er voor een ander te kunnen zijn, is het dus belangrijk dat je er in eerste instantie voor jezelf bent. Zoals ik tijdens de voorbereidingen voor dit congres aandacht en zorg aan mijn eigen stress besteedde, zodat ik op de dag zelf vanuit deze verbinding er helemaal voor de mensen in de zaal kon zijn. Achteraf hoor ik van de organisatie dat mijn workshop zeer positief is ontvangen. Ik was wel de enige spreker zonder powerpoint.

Ik geef dit najaar weer een zelfcompassietraining voor zorgprofessionals,
Op woensdagmiddag vanaf 31 oktober en dinsdagavond vanaf 15 januari (2019)

Mijn hart is zacht en open, ik ben genoeg

In mijn vorige nieuwsbrief schreef ik over de overvloed die ik sinds enkele maanden in mijn leven ervaar en hoe dankbaar en gelukkig ik ben dat er zoveel moois op mijn pad komt: het succes van Hartvol, de vele trainingen en coachingstrajecten en niet te vergeten de prachtige set zelfcompassie inspiratiekaarten. Wat jullie nog niet weten, is dat ik naast de vele dankbetuigingen en complimenten in precies dezelfde periode ook een behoorlijke portie kritiek en afwijzing heb ontvangen.

En dat is iets waar ik heel lang heel bang voor ben geweest. Bang om niet goed genoeg te zijn in de ogen van een ander, waarbij de ogen van de ander natuurlijk diep van binnen mijn eigen overtuiging weerspiegelde dat ik, zoals ik ben, niet goed genoeg ben. Gedreven door perfectionisme en faalangst werkte ik jarenlang keihard om mezelf te verbeteren en te voorkomen dat ik fouten zou maken of dat iemand kritiek op mij zou kúnnen hebben. Ik was voortdurend op zoek naar waardering en bevestiging van anderen, in een vruchteloze poging het gat van niet goed genoeg zijn in mezelf te vullen. Ik ontwikkelde bovendien allerlei strategieën om negatieve oordelen van anderen niet te voelen. Hadden mensen kritiek op mij? Dan had ik nog fellere kritiek op hen (vechten). Ik overtuigde mezelf en de ander van diens ongelijk door te verdedigen en te rechtvaardigen (vechten). Of ik keerde ‘de aanvaller’ de rug toe en wilde niets meer met diegene te maken hebben (vermijden en vluchten). Natuurlijk was ik zelf mijn grootste vijand met venijnige zelfkritiek, waardoor de kritiek van anderen me minder leek te raken.

Zonder dat ik het in eerste instantie zelf in de gaten had, heb ik geleerd om op een compassievolle manier om te gaan met kritiek en het gevoel van tekortschieten. Hoe? Door zelf nog maar weer eens door de modder te gaan. Vlak voor de publicatie van mijn boek was ik erg bang dat met name collega-trainers kritiek zouden hebben. Het tegendeel gebeurde, ik ontving veel complimenten. En toch kreeg ik op een andere manier te maken met precies datgene waar ik zo bang voor was: het verwerken van kritiek. Twee voorbeelden uit een serie van vele andere:

Vinden jullie mijn programma niet goed genoeg? Dan zoeken jullie het toch lekker allemaal zelf uit

Een voorbeeld

Halverwege een trainingsdag voor leidinggevenden merkte ik bij enkele deelnemers weerstand tegen het programma dat ik had voorbereid. Omdat ik het belang van de groep vooropstelde, besloot ik samen met de andere trainer tijdens de lunchpauze om onze rollen om te draaien. Een deel van de weerstand was namelijk tegen mij gericht. Ik nam de plek in van observator en mijn collega begeleidde een aangepast programma. In het zicht van de groep oefende ik die middag om mezelf niet af te sluiten achter een muur van arrogantie en stilzwijgen (‘Vinden jullie mijn programma niet goed genoeg? Dan zoeken jullie het toch lekker allemaal zelf uit’). En niet in de valkuil te stappen van de vechter om alsnog verwoede pogingen te doen om de groep ervan te overtuigen dat ik echt, heus wel een goed programma in elkaar had gezet en een goede trainer ben. Hoe makkelijk was het geweest om kritiek te hebben op de groep en ze af te serveren (‘Ze snappen er niks van’). Dat deed ik dus niet.

Wat dan wel?
Ik ademde compassie in voor mezelf en was me ervan bewust hoe moeilijk dit voor mij was. Ik vertelde mezelf dat mijn programma niet aansloot bij alle deelnemers, maar dat het daarmee geen slecht programma was. Dat ik niet voldeed aan ieders verwachtingen, maar dat ik daarmee geen slechte trainer was. Ik ademde compassie uit voor de groep en wenste ze een leerzame middag toe, want dat was immers waarom ze hier waren. Allerlei ongemakkelijke gevoelens gingen door me heen, zoals schaamte (‘Wat denken ze nu wel niet over mij?’) en verlorenheid (‘Wat kan ik nu nog doen, wie ben ik, als ik niet voor de groep sta?). Het was lastig om deze gevoelens toe te laten zonder me terug te trekken en zonder me erdoor te laten overweldigen (‘Zie je wel, ik ben een slechte trainer!’). Op een diepere laag erkende ik mijn behoefte om me gewaardeerd te voelen en speciaal. Ik wil die trainer zijn waar ze het nog dagen, nee, wéken over hebben. Af en toe streek ik met mijn handen over mijn bovenbenen, om mijn lichaam gerust te stellen en mezelf te kalmeren. Kortom: het was een grote zelfcompassieoefening on the spot.

Zie je wel, ik ben een slechte trainer!

Het verrassende effect was dat ik me gedurende de middag verbonden voelde met mezelf én met de groep. Tijdens de slotronde deelde ik iets over mijn proces en bedankte met name de mensen die in de weerstand hadden gezeten voor de kans die ze me hadden geboden om aanwezig te blijven, in verbinding met alles wat er is. Er ging een zucht van opluchting door de groep en na afloop kwamen enkelen naar me toe om me te bedanken voor mijn oprechtheid en het inzicht dat ik hen had gegeven. Het was een leerzame dag, maar ook doodvermoeiend. Ik was kapot.

Nog een voorbeeld

Na een individuele soul voice sessie eind augustus hoorde ik een tijdje niets van de klant. Toen ze twee maanden later later alsnog een tweede afspraak maakte, was ik dan ook blij en opgelucht. Ik had zin om dit keer het initiatief aan haar te geven en te zien wat daaruit voort zou vloeien. Het liep anders. Ze had deze afspraak met mij gemaakt, zo vertelde ze, om me te laten weten dat ze ontevreden was over de eerste sessie in augustus. Ik schrok en voelde mijn lichaam terugdeinzen bij haar woorden. ‘Ik heb het niet goed gedaan!’ flitste door me heen. Mijn bovenlichaam spande zich aan en mijn adem stokte. Een paar keer ademde ik bewust diep in en uit en bracht mijn aandacht naar mijn voeten op de grond. Daarna vroeg ik haar om me wat meer te vertellen over haar ontevredenheid. Ik ademde ondertussen compassie in voor mezelf en uit voor haar. Want dit was voor ons allebei heel vervelend. En ik luisterde naar haar ontevredenheid en teleurstelling over mij. Het was pijnlijk om toe te laten dat ik volgens haar tekort was geschoten (au!) en fouten had gemaakt (au!). Tegelijkertijd was het een bevrijdende ervaring om mezelf niet onmiddellijk te verdedigen, te vechten of af te sluiten. Er was ook geen zelfkritiek. Het was een intense sessie geweest waarbij ik had gegeven wat ik op dat moment te geven had en waarvan ik voelde dat het nodig was. Maar was het niet wat ze wilde. Zij had iets anders verwacht en vond dat ik over haar grenzen was gegaan. Ze had willen stoppen maar wist niet hoe. Mogelijk was ik vergeten om haar daar van tevoren expliciet over te informeren. En dat speet me voor haar. Ik had de sessie niet opgenomen dus er was geen honderd procent zekerheid.

Voor iemand die moeite had met het aangeven van grenzen vond ik het overigens een zeer moedige stap om deze afspraak met mij te maken, speciaal om haar onvrede te bespreken. Hoeveel makkelijker was het geweest om gewoon niets meer te laten horen en boosheid en onvrede met anderen te delen maar niet met mij? Ik complimenteerde haar voor haar moed en realiseerde me dat hier misschien wel een dieper liggende reden werd geraakt waarom de sessie was gelopen zoals deze was gelopen. Voor haar om te oefenen met het aangeven van grenzen en voor mij om te oefenen met het ontvangen van kritiek. Was het voor mij makkelijk om haar kritiek te ontvangen? Nee, absoluut niet, het deed zeer, maar het is wel zo realistisch dat ik niet alleen een geweldige trainer en coach te ben, maar ook iemand die niet altijd voldoet aan eenieders verwachtingen, een mens die fouten maakt en dingen vergeet.

Hoe meer ik de afgelopen periode zelf in het licht ben gaan staan, hoe meer mijn kwaliteiten worden gewaardeerd en geprezen. Tegelijkertijd lijkt het wel of ook mijn tekortkomingen veel meer opvallen, de fouten die ik maak, de momenten waarop ik niet goed afgestemd ben op degene met wie ik werk, de verwachtingen van anderen waar ik niet aan voldoe.
De les die ik te leren had was deze: kan ik, als een ander niet tevreden is over mij en me kritiek geeft, voelen hoe ik desondanks nog steeds goed genoeg ben en kan ik met een zacht en open hart aanwezig blijven? In verbinding met mezelf en met de ander. De liefdevolle wens die daaruit voortvloeit en die ik sinds anderhalve maand dagelijks uitspreek in mijn ochtendmeditatie is: ‘Mijn hart is zacht en open, ik ben genoeg.’

Er is een stuk uit de bergmeditatie waar ik de laatste tijd anders naar luister: ‘Soms is er lof, soms kritiek. Temidden van al deze veranderende omstandigheden gaat de berg gewoon door met zitten. De berg is de berg’ Betekent dit dat kritiek me helemaal niet meer raakt? Zeker niet, elke vorm van kritiek (onvrede, teleurstelling, weerstand), doet me pijn, of deze terecht is of onterecht. Wat er is veranderd is, is dat ik er niet meer zo bang voor ben, het is onderdeel van mijn bestaan, het hoort bij het leven. Dit wist ik natuurlijk allang, maar het verschil is dat ik het nu veel beter kan voelen.

Wat ik heb ervaren en geleerd is zo waardevol voor me dat ik de mensen die mij de afgelopen maanden kritiek hebben gegeven bij deze wil bedanken voor hun wijze levenslessen! Zonder hen had ik niet kunnen oefenen en mezelf dit grote cadeau van zelfliefde kunnen geven.

            Geen modder, geen lotus – Thich Nhat Hanh

 

Compassietraining voor Professionals in de zorg

Sinds het najaar van 2017 geef ik de 8-weekse (zelf)compassietraining ook voor mensen die werken met mensen. Bijvoorbeeld huisartsen, psychologen, psychotherapeuten en andere zorgprofessionals die in hun werk regelmatig contact hebt met andermans emotionele en fysieke pijn.

Hoe zorg je goed voor jezelf in het bijzijn van andermans lijden, zodat je niet overbetrokken raakt, of ‘compassie-moe’?

Compassie voor jezelf is hierin van essentieel belang, zoals je in het vliegtuig eerst het zuurstofkapje over je eigen mond moet doen en daarna voor je kind zorgt.

De training volgt het originele programma van 8 wekelijkse/tweewekelijkse bijeenkomsten van 2,5 uur en geeft je praktische handvatten in een veilige, professionele setting met collega’s.

Ik raad, als therapeut, de training aan voor ons als professionals alsook voor onze cliënten. We zijn immers allemaal mens, en als je iets leert in deze training is het dat je weer in leert zien dat we van oorsprong zoogdieren zijn die verbinding nodig hebben. De verbinding met jezelf is iets wat we vergeten. Misschien omdat we bang zijn wat we aantreffen. Hoe fijn dat je handvaten aangereikt krijgt om hier toch naar te kijken.
(Psychotherapeut)

 

Deze training heeft bij mij een gevoeld inzicht opgeleverd in de relatie met mezelf. Na een lange psychotherapie waarin de herkomst van mijn innerlijke criticus al heel duidelijk was geworden, zorgden de oefeningen uit de zelfcompassietraining ervoor dat ik een keuze heb, dat ik voor verzachting kan kiezen. Ik voel me meer thuis bij mezelf, ontspannen, slaap beter en het maakt me als partner ook zachter. Kortom: deze training heeft me veel gebracht!

(GZ-psycholoog)

Praktische informatie
Start: Maandag 12 februari 2018.
Minimaal 6, maximaal 10 deelnemers.
Alle data: 12, 19 feb, 12, 19, 26 mrt, 16, 23 apr en 14 mei
Tijd: 19.30-22u
Locatie: Centrum Bodywise, Binnenkadijk 153 Amsterdam (bij Artis)
Prijs: € 495 ex btw
Prijs is inclusief werkboek met theorie en oefeningen, audio oefeningen, tussentijdse inspiratiemails en een stilte ochtend.

Marlou Kleve (1969) is gecertificeerd mindfulnesstrainer 1e categorie, compassietrainer MBCL en zelfcompassietrainer MSC.

Gelukkig zijn kun je leren

Na een middag wandelen door mistige duinen met een goede vriendin, rijd ik terug naar Amsterdam. Onderweg kijk ik gefascineerd naar de grijze lucht die als een grauwe deken boven de snelweg hangt. Ik zit lekker in mijn auto, luister naar mooie muziek en voel me intens tevreden. Ineens is het er: een warme golf borrelt omhoog vanuit mijn buik, tranen springen in mijn ogen en ik barst in snikken uit achter het stuur. Het overvalt me, deze tranen. Het zijn tranen van geluk. Het maakt kennelijk niet uit hoe somber het weer is, ik voel me op dat moment immens gelukkig, ik heb zóveel om dankbaar voor te zijn: een vrije dag, wandelen in de natuur, een vriendin met wie ik me verbonden voel, een auto waarmee ik kan gaan en staan waar ik wil, muziek waar mijn hart van openspringt en het vooruitzicht op een avondje thuis, lekker in bad. Wat een rijkdom!

Denken vanuit overvloed of gebrek

Een rijkdom die er ook uit bestaat dat ik werkelijk blij en dankbaar kan zijn voor alles wat ik wel heb, in plaats van mijn aandacht te richten op alles wat ik niet heb, wat er mist in mijn leven. Door onze programmering op veiligheid en overleven heeft ons brein van nature de neiging om de aandacht te richten op negatieve dingen en onszelf voortdurend  te vergelijken met anderen die slimmer, mooier of succesvoller (lijken te) zijn. Voor je het weet leef je als gevolg daarvan in een heel ander verhaal. Ik had op datzelfde moment bijvoorbeeld enorm kunnen balen van het sombere weer, uitgerekend op mijn vrije dag, terwijl andere mensen wél zon hebben op hun vrije dag. Ik had me eenzaam kunnen voelen omdat die vriendin terug ging naar haar man en kinderen en ik naar een leeg en koud huis waar niemand op me wachtte. Zij was op de fiets al bijna thuis, terwijl ik nog een uur moest autorijden naar een drukke stad, op zoek naar een parkeerplek. Wat een armoe!

Dankbaar maakt gelukkig

Onze neiging is om te klagen: “Had/was ik maar…, dán was ik gelukkig’, of maar wat blijkt? Het werkt precies andersom. Uit onderzoek blijkt dat de volgende drie factoren bepalend zijn voor onze mate van geluk:

  • De keuze om vriendelijk en vrijgevig te zijn
  • Het vermogen om je situatie in een positiever licht te zien
  • Het vermogen om dankbaar te zijn
Oefening baart kunst. Echt waar.

Voor wie mijn boek Hartvol gelezen heeft, weet dat ik echt niet altijd zo positief en dankbaar in het leven heb gestaan. Ik kon overal wel een minpunt bij verzinnen en er was altijd wel iets waardoor ik niet helemaal of helemaal niet tevreden was. Ik had dus veel om mee te oefenen… en ik oefen elke dag. Telkens als ik in de gaten heb dat mijn brein de wantrouwige, negatieve kant op gaat met oordelen, zelfmedelijden of denken vanuit tekort, probeer ik mijn aandacht te richten op die andere kant, het positieve.

Omdraaien van denkpatronen is niet hetzelfde als liegen. Je verlegt alleen het accent. Je verandert ‘wat heb ik niet’ naar ‘wat heb ik wél’. Aan jou de keuze door welke bril je wilt kijken: een sombere, of een zonnige. Het is beide even waar of onwaar, wat je wilt. Mijn leven ziet er in ieder geval een stuk zonniger uit sinds ik van bril veranderd ben. En nu mag ik daar de vruchten van plukken, omdat er op elk moment wel iets is om dankbaar voor te zijn, de geur van een bloem (ook als het een lelie is), het geluid van hagelstenen die op straat kletteren (ook als ik er middenin zit, dankbaar voor een plekje om te schuilen), de schilders die ’s ochtends vroeg de steigers van mijn huis opklimmen en zingend aan het werk gaan (en me daarmee wakker maken).

Dankbaar voor overvloed

Kan ik ook dankbaar zijn voor de overvloed die momenteel in mijn leven is? Voor mij is dit soms een behoorlijke oefening in mogen ontvangen. Mijn trainingen zitten vol en aanmeldingen blijven binnenstromen. Vaak hoor ik dat nieuwe cursisten zijn getipt door jullie, die al eerder een training of coachtraject bij me volgden. DANK! Regelmatig oefen ik hier met het omdraaien van gedachten, want voor ik het weet hoor ik mezelf denken: “Dit is teveel, ik kan al het werk niet aan, hoe lang gaat dit nog zo door?” Ik draai het om door erbij stil te staan hoe fijn het is dat ik het vertrouwen krijg van zoveel cursisten en coachees, dat ik blij ben dat ik dit werk mag doen en dat het extra werk me de gelegenheid geeft om de financiële dip als gevolg van het schrijven van het boek te boven te komen. En ja, hoe drukker het is, hoe bewuster ik mijn vrije tijd plan. Ik neem meer pauzes en vrije dagen :).

Ik ontvang veel positieve reacties van lezers, die me vertellen dat Hartvol veel voor hen betekent. Ze waarderen het dat ik mijn persoonlijke ervaringen deel en vertellen me hoe de oefeningen hun werk doen, dat ze aardiger en liefdevoller worden naar zichzelf en anderen. WAUW! En dan heb ik het nog niet eens gehad over de app-berichten, bossen bloemen, persoonlijke kaarten en cadeaus die ik van jullie ontvang tussendoor of aan het eind van een traject of training. Mijn huis staat er vol mee: dank, dank, dankjulliewel! Soms moet ik dan weer even omdraaien, dan sluipt bijvoorbeeld deze negatieve gedachte erin: ‘Heb ik dit allemaal wel verdiend?” Wat me op zo’n moment helpt is dat ik me realiseer hoeveel mensen hebben bijgedragen aan het ontwikkelen van mijn talenten en kwaliteiten. Ik dank mijn ouders, vrienden en alle leraren zonder wie ik nu niet zou zijn wie en waar ik ben. En ja, ik verdien het om te mogen oogsten wat ik de afgelopen jaren heb gezaaid.

De kracht van dankbaarheid is dat het positieve emoties genereert en een gevoel van verbondenheid opwekt, kortom: gelukkige mensen zijn niet per se dankbaar, maar dankbare mensen zijn wél gelukkig!

Wil je ook gelukkig zijn, oefen dan elke dag met dankbaarheid. Benoem ten minste drie dingen waar je dankbaar voor bent en herhaal dat dagelijks. Zorg ervoor dat je niet steeds dezelfde dingen benoemt, zo ‘dwing’ je jezelf om creatief te zijn en ook dankbaar te zijn voor kleine dingen. Begin nu:

                            Waar ben jij dankbaar voor vandaag? 

Tussentijd

We plannen onze agenda. En die is altijd vol. We gaan van de ene afspraak naar de andere en als we even niets te doen hebben duiken we massaal in onze telefoon om mail checken, het laatste nieuws te lezen of wat ons verder bezighoudt op Facebook, instagram of Whatsapp. Het lijkt alsof we voortdurend ‘aan’ staan, maar is dat eigenlijk wel zo? Dagen vliegen voorbij als een aaneenschakeling van todo-lijstjes (en die zijn nooit af). Zonder dat we het in de gaten hebben staat ons lichaam in een voortdurende stress-stand van het jagen op deadlines en het zorgen maken over dingen die nog afmoeten.

Mindfulness oefeningen zijn bedoeld om de automatische piloot te doorbreken, en daar horen ook automatische stresspatronen bij. Door met je volle aandacht aanwezig te zijn in het huidige moment kun je omschakelen van de ‘ik ren dus ik ben’-stand, naar simpele ervaren dat je er bent. Zodra je die overstap maakt, kun je ook voelen wat je nodig hebt om opgebouwde fysieke en of mentale stress los te laten. Hoe kun je in stressvolle periodes die je lichaam veel energie kosten, momenten kunt inbouwen waar je (wat van de) opgebouwde stress kunt loslaten en nieuwe energie kunt opladen? Een van de manieren om dat te doen is door het creëren van tussentijd.

Afkicken van je telefoon
Wachten tot je tijd over hebt… tja, dat zal niet snel gebeuren, maar wat wél extra tijd oplevert is het regelmatig uitzetten van je telefoon of tablet. Vaak vullen we onze pauzes met het checken van berichten. Inkomende mail, nieuws, het gaat dag en nacht door en die piepjes en meldingen hebben een verslavende werking, elke paar minuten gaat je hand weer naar je telefoon of tablet. Het activeert je stress modus, vernauwt je focus (tunnelvisie) waardoor je minder open staat voor nieuwe ideeën en mogelijkheden en je steeds maar doorgaat.

Tussentijd creëren
Daarnaast helpt het om jezelf toe te staan af en toe te mogen spijbelen: gooi zelf je agenda om, zeg een afspraak af of als iemand jouw afspraak afzegt, vul die plek dan niet onmiddellijk met ander werk maar zet een kruis voor jezelf. Draai je nog eens lekker om in bed, gun jezelf dat extra uurtje na een slechte nacht. Of ga een uur eerder weg van je werk. Beslis in het moment zelf waar je behoefte aan hebt: misschien ga je wandelen in het park, raak je in gesprek met iemand die naast je zit op een bankje, ga je rondstruinen in een boekhandel of ’s middags naar de film. Tussentijd geeft je de ruimte om te lummelen, te zwerven en open te staan voor toevallige ontmoetingen of spontane acties. Op voorwaarde dus dat je je telefoon of tablet uitzet of op de vliegtuigstand. Even niet bereikbaar voor de rest van de wereld, maar volledig beschikbaar voor jezelf en voor wat zich in het moment aandient.

Het effect
In plaats van onbewust ‘aan’ te staan op jagen en zorgen maken, waardoor voortdurend stresshormonen worden geproduceerd, kun je je zintuigen bewust ‘aan’ zetten op mindful genieten van wat zich aandient: geluiden, geuren, iets wat je ziet, proeft, of een aanraking. Zonder dat er iets van je wordt verwacht, er hoeft niets te worden bereikt of voor elkaar gekregen te worden. Het simpele feit dat je er bent en dat je ademt is al voldoende. Omdat niet langer de stressmodus wordt geactiveerd, stopt de amygdala in je brein met het produceren van stress hormonen en kan je hele systeem wat tot rust komen. Met als gevolg dat je focus ruimer wordt waardoor er letterlijk ruimte ontstaat voor een frisse blik, creativiteit en nieuwe ideeën. Ineens zie je een alternatief voor een dilemma waar je de hele dag al op blind staarde. En niet te vergeten: je batterij laadt op, zodat je straks weer verder kan.

 

Voetballen is niet voor meisjes

Ik was tien en iedereen had het erover in de klas: het allereerste meisjesvoetbalteam van ons dorp werd opgericht en ze zochten sportieve meiden. ‘Mag ik op voetballen?’ vroeg ik opgewonden aan mijn moeder. ‘Nee’ antwoordde ze met een afkeurende blik in haar ogen, ‘voetballen is niet voor meisjes’. Alleen jongens mochten voetballen en daarmee was het onderwerp wat haar betrof afgesloten. Mijn beste vriendinnetje Anne mocht wel meedoen, met lede ogen hoorde ik haar enthousiaste verhalen aan. Ik wilde er ook bijhoren!

Ze zoeken nog een goeie spits, is dat niet wat voor jou?

‘Ze zoeken nog een goeie spits’ zei de meester een paar dagen later, ‘is dat niet wat voor jou?’ Dat was de druppel. De eerstvolgende trainingsavond stond ik op het veld. In het donker van huis weggeslopen met gymkleren in mijn zwemtas gepropt. Rondjes lopen om het veld, dribbelen, de bal koppen, sprinten, ik vond het allemaal geweldig en voelde me als een vis in het water. Aan het eind kwam de trainer naar me toe om me te vertellen dat hij blij was dat ik meedeed – yes! –  maar dat ik wel andere kleren nodig had, namelijk voetbalschoenen en een outfit. Ik knikte schaapachtig en vroeg me ondertussen zorgelijk af hoe dat moest. ik wilde niet dat de trainer me zou wegsturen, maar thuis kon ik kon hier echt niet mee aankomen.

De schoenenzaak in ons dorp zat schuin tegenover de voetbalclub en verkocht ook voetbalspullen. Ik kende de eigenaren goed, het waren de ouders van Victor, een klasgenootje waar ik goed bevriend mee was. Bovendien kochten mijn ouders hier altijd schoenen en, omdat we met acht kinderen waren, hadden we er een lopende rekening. Ik besloot het erop te wagen en stapte de winkel binnen:“Ik heb voetbalschoenen nodig en een shirt, broekje en sokken.” De eigenaar grinnikte, hij wist precies wat de bedoeling was voor de nieuwe lichting voetbalmeiden. Even later liep ik glimmend van trots naar buiten met een volledige voetbaloutfit. Alles op rekening van de familie Kleve.

Er volgde een aantal weken trainen in het geniep, ik kreeg mijn positie rechtsbuiten. Toen werd onze eerste wedstrijd aangekondigd op zondagochtend om tien uur. Ai! Weer een tegenvaller, want op zondag gingen we altijd met het hele gezin naar de kerk. Gelukkig mocht dat soms ook op zaterdagavond, dus als ik het goed plande moest het lukken.

Een meisjesdroom gaat verloren

Het volgende moment staat in mijn geheugen gegrift. Terwijl iedereen zich klaarmaakt voor de kerk, sluip ik met mijn zwemtas op mijn rug naar de voordeur. Ik heb de deurklink in mijn handen als mijn moeder ineens vlak achter staat en verontwaardigd roept: ‘Waar ga jij naartoe?’ Ik schrik me dood. Ze grijpt me in mijn nekvel en neemt me naar binnen. Achter mij zwaait de deur open naar het voetbal en de vrijheid. In de keuken haalt ze een stinkend bergje kleding uit mijn tas tevoorschijn – al die weken niet gewassen – en een paar voetbalschoenen. ‘Hoe kom je hieraan?!’ Ik durf haar niet aan te kijken, maar hoor aan haar stem hoe boos ze is. Vol schaamte biecht ik alles op. Ik vertel haar over de wedstrijd en dat ik een hele goede spits ben, hoe ontzettend leuk ik het vind en dat ze me nodig hebben. Ze is onverbiddelijk.

Vele jaren later zit ik samen met mijn moeder aan de keukentafel. Ze vertelt me in geuren en kleuren over een voetbalwedstrijd die ze had gezien. Mijn moeder is sportfan in hart en nieren en haar favoriete sport is voetbal. Ze volgt alle wedstrijden op de voet en leeft fanatiek mee. Eens zag ik haar een halfgeschilde aardappel richting de televisie gooien, omdat ze het niet eens was met een beslissing van de scheidsrechter. Het was voor haar dan ook een droom die uitkwam toen haar oudste kleinkind, mijn nichtje van twaalf, erin slaagde om aan de Gelderse kampioenschappen meidenvoetbal mee te doen. Het toeval wou dat mijn nichtje zich de afgelopen jaren had ontwikkeld tot een razendsnelle spits en voetbalde bij dezelfde club als waar ik het ooit geprobeerd had. Je voelt ‘m misschien al aankomen…

Voor mijn moeder was een mooie plek gereserveerd op de tribune zodat ze alles goed kon zien. Glunderend en vol trots vertelde ze over de spanning van de wedstrijd en hoe goed mijn nichtje speelde. Ik was blij dat haar kleindochter haar zo had laten genieten, toen ik me ineens ten volle herinnerde wat er twintig jaar geleden was gebeurd. Ik had het heel diep weggestopt. Au! Onder tafel kneep ik mijn handen samen in een poging mezelf vast te houden en niet in huilen uit te barsten. Wat had ik graag gewild dat ze destijds zo trots op mij was geweest en me had aangemoedigd.

Boosheid is een reactie op de pijn van afwijzing en zolang je boos bent op een ander hoef je de pijn van jezelf niet te voelen.

Heel even vlamde mijn boosheid op. Hoe makkelijk zou het zijn om een venijnige opmerking te maken, maar ik deed het niet. Ergens wist ik: boosheid is een reactie op de pijn van afwijzing en zolang je boos bent op een ander hoef je de pijn van jezelf niet te voelen. Heling kan pas starten als je bereid bent contact te maken met de onderliggende gekwetste gevoelens en je over deze pijnlijke delen van jezelf ontfermt. In mijn geval het verdriet van het meisje van tien dat zich niet gezien en niet gewaardeerd voelde.

Mijn moeder merkte dat ik een beetje stil was. Ze stopte haar verhaal, het kwartje viel ook bij haar. Toen keek ze me aan en vertelde hoezeer het haar speet dat ze me destijds had verboden om te voetballen. Haar oprechte blik raakte me, ik kon zien dat ze het meende. ‘Het was een andere tijd’ vervolgde ze, ‘toen hoorde je als meisje niet te voetballen. Ik wist niet beter, maar als ik het nu zou kunnen overdoen zou ik heel anders kiezen.’ Haar woorden ontroerden me. Inderdaad, de tijden waren veranderd. In de context van ons gelovige gezin en de tijdgeest van toen begreep ik haar reactie. Ik zag ook haar goede intenties. De erkenning die ze me nu alsnog gaf hielp om mijn pijnlijke herinneringen te laten verzachten en haar te vergeven. Met een knipoog naar het kleine meisje in mij kon ik het niet laten om te zeggen: ‘Ik was vast ook een hele goede spits geworden,’ waarop mijn moeder onmiddellijk beaamde: ‘Ik weet het wel zeker!’

En daar zitten we dan, bijna veertig jaar later, mijn moeder en ik samen aan de buis gekluisterd voor de finale van het Europees Kampioenschap Damesvoetbal met Nederland in de finale! Vanuit de huiskamer leven we mee met alle spannende momenten, we joelen bij de goals en moedigen ‘onze meiden’ aan als het even tegenzit. Af en toe wisselen we een blik van verstandhouding en dan zie ik hoe mijn moeder volop zit te genieten. Ik geniet met haar mee. Wat ben ik dankbaar om dit moment samen met haar te kunnen delen. En wat ben ik trots op de Nederlandse vrouwen die het zover geschopt hebben. Moge vele meisjesvoetbaldromen de komende jaren uitkomen, nu de oranje leeuwinnen definitief de weg vrijgemaakt hebben.

 

Van hard naar hart voor jezelf

Iedereen mag er zijn, dat vinden we denk ik allemaal, maar hoe zit het met jou? Mag jij er ook zijn zoals je bent? Of moet er eerst nog wat gesleuteld en verbeterd worden voordat je jezelf goedkeurt? Hoeveel tijd en aandacht besteed jij aan de langste en meest intieme relatie in je leven… namelijk die met jezelf? Hoe aardig of hoe streng ben jij voor jezelf?

We leven in een maatschappij waarin status, schoonheid en bezit betekenen dat je succesvol bent en ‘erbij hoort’. Dus werken we hard, sporten ons suf en doen ons best om zo goed mogelijk te presteren. In plaats van onszelf te waarderen voor wie we zijn, met onze talenten én tekortkomingen, leven we een aangepaste versie van onszelf, op zoek naar de bevestiging, goedkeuring en liefde van buitenaf. We passen ons aan aan de hoge verwachtingen en eisen van anderen, en vooral die van onszelf. Ondertussen is er de angst om ieder moment door de mand te kunnen vallen als blijkt dat we niet de perfecte versie van onszelf zijn.

Nu begrijp ik dat ik, om het gevoel te hebben er echt bij te horen, mijn ware ik moet laten zien en dat ik dat alleen kan doen door liefde voor mezelf aan den dag te leggen. Jarenlang heb ik gedacht dat het andersom werkte: als ik me maar voldoende aanpas, dan word ik wel geaccepteerd en zal ik meer van mezelf houden. (Alleen al bij het intypen van deze woorden en de gedachte aan alle jaren dat ik op die manier heb geleefd, word ik doodmoe. Geen wonder dat ik me zo lang uitgeput heb gevoeld!) – Brené Brown

Als we ons goed voelen of iets goed gedaan hebben lukt het meestal wel om aardig voor onszelf te zijn, maar hoe praat je tegen jezelf als je een fout maakt, of wanneer dingen anders lopen dan je wilt: stel je bent een belangrijke werkafspraak vergeten, je vriend maakt het uit, je broek knelt om je billen of je hebt slapeloze nachten in verband met een presentatie waar je tegenop ziet. Ineens zijn ze daar, negatieve gevoelens van onzekerheid en angst en die stem in je hoofd die zegt dat je niets waard bent, dat je alles verkeerd doet en dat ‘die vette reet’ je eigen schuld is, geen wonder dat je vriend bij je weggaat!

Dus neem je je voor om nóg harder te werken, vaker naar de sportschool te gaan voor een killerbody en als je moe bent is er altijd weer dat stemmetje in je hoofd die je vertelt dat je niet genoeg je best doet en je niet moet aanstellen. Zo doen we dat of, laat ik het bij mezelf houden, zo heb ik dat jaren gedaan. Natuurlijk vertelde ik niemand over mijn onzekerheden en mijn sombere buien, sterker nog: ik was me er meestal niet eens van bewust, zo gewend was ik eraan geraakt om mezelf op deze harde manier toe te spreken. Op slechte dagen geloofde ik telkens weer die gemene kritische stem die me haarfijn wist te vertellen dat ik niet goed, slim, lief, leuk of sterk genoeg was.

Als we tegen onze vrienden zouden praten zoals tegen onszelf, dan zouden we geen vrienden meer over houden.

 

Het kan ook anders weet ik inmiddels. Jezelf waarderen voor wie je bent en niet wie je – met een hele lijst aanpassingen – zou kunnen zijn. Had ik toen maar geweten hoe ik van hard, naar zacht voor mezelf kon veranderen.
Een eenvoudige definitie van zelfcompassie is dat jezelf behandelt zoals je een ander zou behandelen die het moeilijk heeft. Het is echter goed mogelijk dat je, net als ik, naar jezelf veel strenger bent en hardere woorden gebruikt dan naar de ander.

Zelfcompassie is de levenshouding waarmee je op een vriendelijke en begripvolle manier jezelf steunt, juist op die momenten dat je ontevreden bent over je prestaties of over jezelf.

Lief zijn kun je leren

Gelukkig kun je leren hoe je wat aardiger tegen jezelf kunt zijn, iedereen kan het leren. De stem van compassie en liefde is van nature in ons aanwezig, het zit in onze genen. We kunnen onze compassievolle stem alleen vaak niet goed horen, omdat die kritische stem er zo hard doorheen tettert. De oefening hieronder helpt je om je kritische stem te herkennen en de volumeknop ervan wat zachter te zetten, zodat je je eigen compassievolle stem beter hoort.

Het uitspreken van vriendelijke, liefdevolle wensen ten aanzien van jezelf en met de intentie om te steunen, te troosten en te motiveren, leidt tot het ontwikkelen van een krachtige positieve innerlijke stem. Je eigen compassievolle stem. Deze helende kracht vormt een actief tegengif voor zelfkritiek en afgescheidenheid en versterkt een gevoel van verbondenheid omdat het je doet beseffen dat iedereen, net als jij, gelukkig wil zijn, en dat niemand pijn wil lijden.

Zelfcompassie oefening

Stap 1 – Merk op wat er gebeurt zonder jezelf te veroordelen

Opmerken en benoemen wat er gebeurt is nodig, want als je je eigen pijn niet opmerkt of je niet laat raken door je gevoelens omdat je ze onderdrukt of negeert, weet je ook niet dat je zelfcompassie nodig hebt. Bovendien creëert het opmerken van wat je voelt en denkt enige afstand, zodat je niet overspoeld wordt door pijn, verdriet en zelfkritiek. Geloof niet die kritische stem in je hoofd tekeer gaat, het zijn gedachtespinsels, spoken van de geest. En spoken bestaan niet, al lijken ze nog zo echt! Zodra je in de gaten dat je je rot voelt of merkt dat je jezelf op je kop geeft, kun je tegen jezelf: ‘Dit is moeilijk voor me.’

Stap 2 – Je bent een mens met menselijke trekjes, geen robot

Op momenten dat je een fout maakt voelt het vaak alsof je de enige bent, maar mens zijn betekent dat je sterfelijk, kwetsbaar en onvolmaakt bent. We maken allemaal fouten en we kennen allemaal onze momenten van twijfel, wanhoop, verdriet, boosheid, schaamte, schuld, angst en pijn. Dat is wat ons mens maakt. Het kan helpen om dat tegen jezelf te zeggen: ‘Niemand is perfect, anderen hebben het ook wel eens moeilijk.’

Stap 3 – Kies voor vriendelijkheid

Geloof niet die kritische stem in je hoofd die zegt dat je niet goed genoeg bent, dat je je aanstelt of dat je een sukkel bent. Naast de sterke neiging om jezelf te veroordelen, bestaat er ook een natuurlijke beweging uit te reiken naar degene die worstelt of pijn heeft met de wens dit te verlichten. Denk maar eens aan wat je zou zeggen tegen een goede vriend of vriendin in een soortgelijke situatie. Let daarbij op je toon waarop je tot je vriend(in) spreekt en de intentie die je hebt. Zeg bijvoorbeeld tegen jezelf: ‘Ik mag mezelf accepteren mezelf zoals ik ben’, of ‘ik vergeef mezelf mijn geworstel, ik mag fouten maken.’
In het begin is het voor veel mensen onwennig en zelfs ongeloofwaardig om vriendelijke woorden van steun en bemoediging tegen zichzelf te zeggen, maar wat ik dan altijd roep is: Fake it until you make it! Je brein heeft tijd nodig om bestaande denkpatronen te veranderen. Het is de krachtvan je intentie die ertoe doet en ja, oefening baart kunst. Je hebt toch ook niet in één keer leren fietsen of pianospelen?

Meer weten? Bestel dan hier mijn boek Hartvol, de kracht van zelfcompassie. Het staat boordevol praktische tips en oefeningen die je meteen kunt toepassen in je dagelijkse leven.

 

Lieve burgemeester

Brief aan Eberhard van der Laan, burgemeester van Amsterdam, gast in het televisieprogramma Zomergasten (30 juli 2017)

Lieve burgemeester

Het was een bewogen avond met u als Zomergast. Drie uur lang heb ik, samen met bijna een miljoen andere kijkers, ademloos uw programma gevolgd. Ik wist wel van uw populariteit in Amsterdam, maar nu begrijp ik beter waarom. Ik ben ook fan! Ik was geboeid door uw warme persoonlijkheid, uw grote betrokkenheid en oprechte, bevlogen manier van spreken. En dan is er ook nog de timing, want ook al hopen wij net als u, dat u ‘nog een poosje’ burgemeester blijft, u bent ongeneeslijk ziek en ik voelde me vereerd om deze kwetsbare tijd met u te mogen delen. De social media gonsde na afloop vol bewondering en ontroering over deze memorabele avond.

Burgemeester van ons allemaal

Wat maakt dat we u zo massaal in onze harten sluiten? Naast uw innemende persoonlijkheid was dat wat mij betreft omdat uw pleidooi over verbinding en verbroedering in wezen een oproep was om ons te herinneren waar het in het leven werkelijk om gaat: je hart openen voor elkaar, oftewel leven vanuit liefde en compassie. Met Amsterdam en de Amsterdammers als metafoor voor de wereld en haar wereldburgers. Niet voor niets werd u op twitter liefkozend ‘de burgemeester van ons allemaal’ genoemd.

Juist nu, in een tijd waarin er zoveel dreiging en geweld is, waarin de scriptschrijvers van de Amerikaanse serie House of Cards moeite hebben om de bizarre werkelijkheid van Trump’s presidentschap te overtreffen. Juist nu is het nodig om niet nog meer verdeeldheid te zaaien, maar te zoeken naar wat ons verbindt, uit te gaan van het goede in de mens (liefde), en elkaar begripvol te steunen op momenten van pijn, angst of verdriet (compassie).

De burgemeester die graag wil dat er harmonieus samen wordt geleefd, vindt dit mooi

De kracht van liefdevolle vriendelijkheid en compassie is gebaseerd op het besef dat iedereen, niemand uitgezonderd, gelukkig wil zijn, en dat niemand pijn wil lijden. Je hoeft geen boeddhist te zijn of verbonden aan welke religie dan ook, om op deze manier in het leven te staan. Dat ieder van ons van nature het vermogen heeft om compassievol te reageren, bleek uit het fragment dat u liet zien naar aanleiding van het noodlottige ongeval dat de ajacied Abdelhak Nouri trof. De supporters van de F-side organiseerden samen met de plaatselijke moslim gemeenschap een eredienst voor de jonge voetballer. Gedeeld verdriet leidde tot verbroedering tussen twee partijen die elkaar normaal gesproken niet kunnen uitstaan. Hun gemeenschappelijke liefde voor de sport en voor ‘Appie’ Nouri opende hun harten en verbond hen met elkaar. U probeerde u nog groot te houden, maar de beelden emotioneerden u ook want, zo zei u heel treffend: ‘De burgemeester die graag wil dat er harmonieus samen wordt geleefd, vindt dit mooi.’ Ik op mijn beurt werd geraakt door uw ontroering en pinkte ook een traantje weg.

Veel mindfulness- en compassieoefeningen zijn gebaseerd op de eeuwenoude wijsheid dat ieder van ons over de gave beschikt om liefdevol en vriendelijk te zijn, mededogend en vreugdevol naar anderen en naar zichzelf, maar we zijn vaak vergeten hoe het moet! We leven in onze eigen bubbel en zijn het contact met onszelf en met onze essentie verloren. U haalde ons even uit de ik-gerichte wereld en verbond ons met een grotere ruimte waar het niet uitmaakt of je moslim bent of F-sider, Amsterdammer, Rotterdammer, Marokkaan of Turk. We zijn allemaal mensen die, in essentie, harmonieus willen (samen)leven.

Ik hoop dat Amsterdam de lieve stad blijft die het is

Als klap op de vuurpijl kwam de slotvraag over wat u op de drempel van uw leven Amsterdam toewenst. Terwijl u aangeslagen vertelde dat u hoopt ‘dat Amsterdam de lieve stad blijft die het is’, liepen ook bij mij de tranen over mijn gezicht. Volgens mij deed Nederland op dat moment massaal een greep in de tissuebox Pfoe! Niet alleen omdat u ongeneeslijk ziek bent en sprak over uw nalatenschap, maar ook omdat u kiest voor de liefde. Dat raakte me. Geen economische welvaart of veiligheid als gewenst toekomstperspectief, iets wat je zou kunnen verwachten van een burgemeester, maar oprecht hopen dat Amsterdam een lieve stad blijft, met lieve mensen die lief zijn voor elkaar.

Een van de grote misverstanden die ik uit eigen ervaring ken en waar ik als mindfulness- en compassietrainer regelmatig tegenaan loop, is dat mensen uitspraken als ‘lief zijn voor jezelf’ en ‘lief zijn voor elkaar’ associëren met soft en zweverig. Door u als burgemeester en voormalig advocaat op te werpen voor de liefde, bewijst u het tegendeel. Daar ben ik u dankbaar voor. Temeer omdat ik uw missie deel; ook ik wil de wereld (inclusief mijzelf) wat liever maken.

Lief zijn voor elkaar begint met lief zijn voor jezelf

Zolang je je eigen fouten en tekortkomingen veroordeelt, is de kans groot dat je dat ook doet bij een ander. Zelfliefde en zelfcompassie vormen de basis van een liefdevolle samenleving. Het zit van nature in ons, vriendelijkheid, liefde, compassie, maar de meeste mensen vinden het moeilijker om aardig voor zichzelf te zijn dan voor een ander. Daarom heb ik een boek geschreven met uitleg en praktische handvatten: Hartvol, de kracht van zelfcompassie. Want lief zijn kun je leren.

Maar het allermeest dank ik u voor het tonen van uw kwetsbaarheid en uw gevoeligheid. Ik buig voor uw ontroering, uw tranen van verdriet, uw medeleven met ons, burgers in alle soorten en maten en uw pleidooi voor liefde.

Gevoeligheid is een teken van leven.
Liever gekwetst dan gehard.
Ik buig voor hen wiens harten openen op de moeilijkste momenten,
Voor hen die weigeren om hun harnas langer te dragen dan noodzakelijk,
Die herkennen dat moed de basis is van kwetsbaarheid.
Uiteindelijk vernietigen de oorlogszuchtige strijders elkaar,
Zij met een open hart zullen de aarde beërven – Jeff Brown.

Met hartvolle groet van een van uw vele fans uit Amsterdam,
Marlou

Hoogtepunten uit deze uitzending kun je hier terugkijken.

De gehele uitzending Zomergasten, met Eberhard van der Laan is tot 9 augustus nog terug te zien via uitzending gemist.